long time no see, long time no say
Got little to tell,
I don’t say much but I might
Something always told me us two would be serious
I am looking around town, thinking the same as you
(Phoenix – Long Distance Call)
‘t Is verdorie een heel eind geleden. Van die keer dat ik ‘vroeg. of laat. thuiskwam’. Vele keren zo thuiskomen zijn gevolgd. Al is het nu niet meer echt thuiskomen, maar “op kot”-komen. En dat brengt vele dingen met zich mee, een kot.
Eerst en vooral wordt een kot al gauw gelinkt aan een studiekeuze. En ja, hoera, ik ben één van de gelukkigen die mag en kan verderstuderen. Al is dat geluk relatief (zoals alles, aldus de relativisten uit mijn cursus fisolofie (of Filosofie, maar ik vind het eerste toffer klinken). Veel leren is de boodschap, blijkbaar, en dat patroon valt nogal moeilijk te volgen, voor een eenvoudige jongen zoals ik. Maar soit, we doen ons best.
Op kot gaan is ook: je eigen huishouden doen. En met spijt in het hart moet ik vertellen dat ik geen moderne man blijk te zijn. De meest culinaire maaltijden komen uit een zakje, de afwas heeft héél erg veel geduld nodig en ik moet oppassen waar ik loop, of ik zou op een rat zijn staart kunnen trappen. Oké, toegegeven, misschien is dat laatste wat overroepen, maar hey, we moeten toch wat grappig blijven ook, niet?
Op kot gaan is ook: kotgenoten hebben. Enerzijds kotgenoten hebben die altijd mooi vroeg gaan slapen, anderzijds kotgenoten hebben die ’s nachts om 2 uur thuiskomen, het kot (haha) op stelten zetten, om daarna heel het kot te laten meeluisteren naar die nieuwe songs die hij bemachtigd heeft. Maar kom, verdraagzaamheid troef, want dezelfde kotgenoten zijn ook aangesloten op een heus computernetwerk, waar een leger aan films op gestockeerd staat. En waarmee ondergetekende ook al gretig het gat in zijn filmcultuur heeft gedicht. Of probeert te dichten, want ik zit nog niet halverwege de voorraad.
Op kot gaan is ook: uitgaan. Al zit ik daarvoor in Kortrijk misschien niet echt op mijn plaats. De uitgaansavonden bij uitstek zijn meestal op zondagavonden gepland, kwestie van de week goed te starten.
Maar op kot gaan is vooral genieten, doen wat je niet kunt laten en laten wat je niet kunt doen.
Ziezo, dit ter verduidelijking wat ik hier zoal uitsteek. Of met de beginnende lyrics te zeggen: “Got little to tell, I don’t say much but I might”.


