juni 2008


Bij deze kunnen alweer 86 personen -en de rest van ’s werelds zesdejaars- een diploma hoger ASO (of hoe heet zoiets) op hun cv vermelden. Zes jaar hebben 86 leerlingen daarvoor gezwoegd, en gisteren was het eindelijk zover: ze mochten eens hun ganse familie meebrengen om Leffes te gaan drinken op de proclamatie.

En als ze nog geluk hadden, kregen die leerlingen een prijs toegekend. Een kwestie van geluk is het niet echt, eerder een kwestie van intellect. Waardoor ondergetekende uiteraard niet in aanmerking kwam voor respectievelijk klas-, wiskunde-, humane wetenschappen-, Latijn-, economie-(iets wat ik nooit gehad heb), en nog iets-laureaat. Da’s voor de échte cracks, en ze hebben er verdorie hard genoeg voor gewerkt, denk ik.

Iets dubieuzer zijn dan weer de ’schoolprijzen’. Voor de inzet, heet dat dan. Op zo’n momenten worden de belangrijkste lessen geleerd. Bijvoorbeeld dat de domme krachten (waaronder ondergetekende) het werk wel zullen doen, de slimmeriken gaan wel met de pluimen lopen. Wat hen uiteraard gegund is, maar toch..

Noem me een slechte verliezer, en ik geef je gelijk. En het werk dat ik deed voor school, werd nóóit ofte nimmer voor één of andere prijs gedaan, ik deed het gewoon graag. Maar ‘erkenning’, zo heet zoiets, dat kan verdorie wel deugd doen. Denk ik.

Maar goed, ik zwijg erover. Nu is er toch niets meer aan te doen (klinkt bitter, maar veel kan het me niet meer schelen).

Ik denk dat ik maar weer m’n bedstee ga opzoeken. De klok geeft een veel te ontiegelijk vroeg uur aan (zie hier linksboven ergens), waardoor ik zelf niet snap waarom ik nu precies achter mijn pc zit.

Het is vakantie. En wat doet ondergetekende? Bengaalse films bekijken en Biljart spelen. Beiden op de pc, qua nerd-zijn kan dat wel tellen.

En beiden zijn dan nog niet overmatig geestig.

De Bengaalse film valt kort samen te vatten (maar naarmate je vordert in het lezen van dit/deze blogtoestand, is de samenvatting toch niet erg kort, excuses daarvoor): Het is een Bengaalse film. Veel meer kan ik er ook niet over zeggen, aangezien ik de verhaallijn niet echt vat. Bijna de helft van de film is al gepasseerd, en de enige actie in de eerste 40 minuten handelde over een weglopende man met een vis in zijn handen die werd doodgeschoten. Qua amusement kan dat wel tellen (voor de kijker, uiteraard, want de doodgeschoten man leek echt wel niet meer te leven).

De ondertiteling lijkt eveneens nergens naar. With English Subtitle, staat er op het dvd-doosje te lezen. English with hair on, moet dat dan wel zijn. De meest oubollige zinsconstructies, letterlijke vertalingen en zelfs ontbrekende woorden (en ik denk niet dat het de bedoeling is om elliptische zinnen te vormen) tergen het oog én het gebied van Wernicke (dat ding in je hersenen dat taal registreert, met dank aan de leerkracht Nederlands om ons dit mee te delen).

Het ergste van al is nog het misleidende palmares op de cover van het doosje. Ik citeer:

National Award: Best Dialogue
Nomination: London International Film Festival ‘94, Edinbrough (Scotland) International.
Film Festival ‘93, Brsbane (sic) International Film Festival ‘94

Zo komen we een paar dingen te weten. Bijvoorbeeld dat de dialogen in het Bengaalse landschap oer- en oersaai zijn, als een dialoog uit een film als deze winnen. Of dat Edinbrough in Schotland ligt. Of dat Brisbane eigenlijk Brsbane heet. Of dat filmfestivals toch grondig fout zitten, als ze zoiets nomineren.

Maar goed, ik kijk toch. Voor geïnteresseerden, de film heet Jesus ‘71, en de regisseur luistert naar de naam Nasir Uddin Yousuf. En, volgens de “achterflap” handelt het over verzetsstrijders. Misschien komt dat in het volgende uur van de film.

Biljarten, nog zoiets waar ondergetekende zich mee bezighoudt. Óp de computer, en ertégen. En alsof godganse dagen biljarten nog niet genoeg is, zit de menselijke speler zich dan nog eens kwaad te maken op de pc, omdat laatstgenoemde een domme zet of slag (of hoe heet zoiets in het biljartees? Een duw, een stek?) heeft begaan.

En als biljartbal op de taart (haha..) luistert ondergetekende dan nog eens een ganse dag naar hetzelfde liedje. Pink Floyd met Wish You Were Here. In- en intriest, maar o-zo mooi.

Slaapwel, Bengaalse film.
Slaapwel, Biljartspel (rijmt nog ook).
Slaapwel, Roger Waters.
Slaapwel, Lieve Lezer.

En morgenavond is er proclamatie, woooooooooooooooohooooooooooooooooo.
Excuses, liet me even gaan.

Naar school fietsen. Mondeling examen afleggen. Frieten gaan eten. Een café binnenstappen. Zeven uur later datzelfde café weer uitstappen, net niet strompelen. Naar een feestje gaan. Beslissen om de alcohol links te laten liggen. Cola drinken dus. Een tukje doen. Een delirium-naderend persoon naar huis helpen escorteren. Naar een ander feestje gaan. Tot de ontdekking komen dat het ander feestje helemaal niet leuk is, dus weer vertrekken. Huiswaarts. Bijna in slaap vallen op de fiets. Gelukkig zijn dat het al licht wordt, het fietslicht werkt namelijk niet. Fiets wegzetten, aan de achterdeur komen. Kijken hoe laat het is. Schrikken dat het al zo laat is. Sluipend je kamer bereiken. Slapen.

De dag van het laatste examen is toch zo spannend.

De prutser in mij komt vooral naar boven in periodes waar er al te veel nagedacht moet worden. Dan zijn pauzes heel erg welkom, en dan niet in het minst om te prutsen.

Onder dat prutsen valt vandaag: foto’s bewerken (of verklooien, zo u wil). Het gevolg van vijf minuten artistieke moed (of gewoon van 5 minuten vanalles veranderen) met Adobe Lightroom ziet u hieronder. Of de bewerkte versies beter zijn dan de originelen, laat ik volledig aan u.


origineel


bewerkt

bewerkt


origineel

Nog 10 examens. En dan zit het erop. Of toch voor dit schooljaar. Hopelijk, herexamens uit de weg gaand.

6 jaar college gaat behoorlijk snel, blijkbaar. Het lijkt gisteren (of misschien eergisteren) wanneer de collegedeuren opengingen voor mijn jaargenoten en mezelf (met een trimester vertraging). Wat waren we toen jong, denkt ongetwijfeld iedere zesdejaar bij het zien van klasfoto’s uit dat eerste jaar. Terwijl we slechts zes jaar ouder zijn dan op de foto. Nog steeds jong, dus.

En lélijk. Wat waren we toen lelijk (ondergetekende spreekt voor zichzelf, wees gerust). Nog niet verlost van die smerige ijzerwinkel op de tanden, haren die opmerkelijk korter waren dan heden, een bril op de neus, het zijn dingen die nogal vaak voorkomen (of kwámen, de huidige lelijkheidsfactor van het eerste jaar niet kennend) bij het begin van een nieuwe carrière: de collegecarrière.

Zo’n carrière verloopt onmiskenbaar met vallen en opstaan. Met leuke, beminnende leerkrachten, met leerkrachten die aftellen naar de dag dat ze verlost zijn van die verdomde leerlingen. Met leuke activiteiten, schoolfeesten of sportdagen, met saaie strafstudies. Die erg gul verdeeld worden.

Je kunt je carrière maken of kraken: ofwel zet je je in voor vanalles en nog wat, ofwel laat je onverschillig alles aan je voorbijgaan. Ofwel kies je ervoor de leerkracht mateloos te irriteren, of je houdt je zever voor jezelf. Je beslist (té) assertief te zijn, of je beslist over je heen te laten lopen. Of daartussen in te zitten, waarschijnlijk de beste decisie.

Volgend jaar stappen 86 leerlingen van mijn school -hopelijk- de wijde wereld in. Maar eerst genieten van een 3-maanden durende vakantie (uiteraard onder voorbehoud). Dan zou je toch wel een heel klein beetje beginnen aftellen..

Folkfestival Dranouter’s affiche is af (of toch bijna).

Met bijkomende namen als Tori Amos en Martha Wainwright (jawel, dochter van, zus van, én onlangs verwekker van een nieuw album) kan Dranouter bijna van start gaan.

Wie Tori Amos is? Een madam met een repertoire van hier tot in Tokio, zoveel is duidelijk. Maar dame Amos heeft dan ook al haar 25-jarige jubileum (hoe heet zoiets? brons? zilver?) achter de rug. Haar songs bezorgen een mens geen aha-erlebnis, maar ze zijn wel de moeite waard te beluisteren.

Wie Martha Wainwright is? Een vrouw uit een muzikale familie, dat is zeker. Loudon Wainwright III (zanger, maar ook te zien in de film The Aviator) en Kate McGarrigle (zangeres, maar de minst bekende van het nest) brengen 2 kinderen voort: Rufus en Martha. Rufus, homo, megalomaan (in Focus Knack ooit: “God en ik zouden beste maatjes zijn”, of zoiets) en popartiest, raakt bekend met hits als Cigarettes and Chocolate Milk (mensen uit mijn school kennen het lied vast en zeker, maar dan in een iets minder goed gecoverde versie:-)), of Instant Pleasure. Martha daarentegen kon nog niet opboksen tegen broerlief, maar zette wel een sterke prestatie neer in Set The Fire To The Third Bar, een hitje van Snow Patrol. Ook bracht ze onlangs een album uit, maar de titel ontgaat me even, en de zin ontbreekt me het op te zoeken.

2 kattige dames erbij dus, deze zomer op de Dranouterse weide.

En nú ga ik Latijn leren.
Morituri te salutant.