Rode ontstoken ogen, twee festivalbandjes en een bad met heel erg troebel water, meer blijft er niet over na een weekeindje Dranouter. Enkele maanden geleden was het in het zand te doen, dit maal werden de onnoemelijk veel tentjes opgezet in een weide vol distels, koeienvlaaien en dronken feestvierders.

Nochtans was het een duur zaakje om dronken te raken: de afzetters van een nabij boerderijtje vraagden maar liefst 2100 eurocentjes voor een schamele 24 Jupilerflesjes, waarvan je de gewoonlijke 450 eurocentjes terugkreeg voor het leeggoed. Maar goed, zo zijn er tenminste mensen die geld verdiend hebben op dat folkfestival, dat alsmaar meer begint te lijken op een kleine variant van één of ander rockfestivalletje.

Daar heb ik natuurlijk niets op tegen, anders zou ik de afgelopen jaren K’s Choice (ze waren toen nog samen), Joost Zwegers, Hooverphonic, ‘t Hof van Commerce en zovele andere niet-folkers gemist hebben. Niettegenstaande dat goeie folk er ook altijd ingaat bij mij. Dan spreken we over folkrock, folkpop, kleinkunst en zo’n toestanden à la Yevgueni, The Levellers of Mira.

Kortom, het programma van Dranouter is er eentje dat spek naar ieders bek is. Daarom net is Dranouter zo leuk. En net daarom ben ik nu nog meer versleten dan voor dat festival..