Sneeuw, sneeuw en nog eens sneeuw. Dat is mijn dag in het kort samengevat. Deze ochtend sta ik op, kijk ik uit mijn raam: sneeuw. Met een glimlach denkend aan de komende sneeuwpret ontbijt ik, spurt naar buiten en.. val bijna op mijn achterste.
Blijkbaar kan er geen sneeuw liggen zonder dat het kwik een ferme duik onder het nulpunt neemt. Met de gevolgen van dien.. Alhoewel er gestrooid was in ons boerenstadje, bleef die koppige sneeuw tóch op de straat liggen (iets wat ik erg smerig vind van die verdomde sneeuw). Aangezien ik nog enkele jaren op een rijbewijs moet wachten en meegaan met de bus verafschuw, kroop ik vol goeie moed op mijn tweewieler en reed de straat uit, op naar het fietspad. Waar mij nog meer sneeuwellende stond te wachten..
Op fietspaden blijkt men helemáál niet te strooien, iets wat de gebruikers ook meteen merken. Zo maakte ik vanochtend meer slippertjes op het fietspad dan ik ooit had durven dromen. Maar ik had me het wel leuker voorgesteld.. Toen ik (nét op tijd) aankwam op school, had ik het gevoel een aan-mijn-billen-gevroren-broek te dragen. Nu zijn er wel prettigere dingen dan dat..
Soit, na een dagje schoolbanken verslijten (en wat balletjes van dat wit bucht te smijten (waardoor ook jammerlijk een ruit sneuvelde)), snelde ik terug naar huis. Nuja, snéllen. De sneeuw was nog wat meer aangevroren, waardoor ik er 2 maal zo lang over deed naar huis te fietsen.
Nooit zo blij geweest als toen ik net thuiskwam. Ik installeerde me in de zetel, verorberde mama’s zelfgemaakte pannenkoeken en zakte daarna af naar de computer. Waar ik nu zit.
Na dit saai verslag van een waarschijnlijk even saaie dag, sluit ik af met een wijze raad, die je best heel je leven onthoudt:
Eet nooit gele sneeuw.