Hoera, volgend examen is sociologie. Comte, Durkheim, Marx, en tal van andere denkers (criterium om werkonbekwaam bestempeld te worden is ongetwijfeld migraine) mogen volop in mijn hoofd opgestapeld worden, evenals hun theorieën.

Al goed en wel, maar met sommige kan ik het nu écht eens niet vinden. Neem nu Marx, grondlegger van het communisme.

Waarom Marx zijn theorie niet kan werken, volgens mij, leg ik hierbij kort uit (geen méns die dit zal interesseren, maar zie het als een ‘leerstofverwerkingsmanier’):

  • Eerste Probleem. Karl Marx ziet de geschiedenis als een geschiedenis van klassenstrijden. Slaven-Vrijen, Vazallen-Horigen, en in zijn era Proletariaat-Kapitalisten. Volgens onze denker is dit een onvermijdelijke gang van zaken, die tegenstelling. De denker roept de proletariërs op om zich bewust te worden van de situatie, en te revolteren. Zo zal de klassenstrijd teniet gaan, een klassenloze maatschappij bestaan, en kan iedereen vrolijk dartelen door een groeie heide doorspekt met madeliefjes. Behoorlijk fout, me dunkt. Fout in die zin dat onze bebaarde vriend zichzelf tegenspreekt: klassenstrijden zijn onvermijdelijk, en Mr. Marx zal het onvermijdelijke vermijdelijk maken. Want haja, zo sterk is hij hé.
  • Tweede probleem. Een revolte van de arbeiders, de arbeiders aan de top, weg klassenstrijd. Simplistische voorstelling van wat hij uitgebreid verkondigt. Het Stanford-experiment doet daar vragen bij stellen. Iemand die macht heeft, zal die macht willen gebruiken. Voordelen voor de voormalige arbeidersklasse doet een ommekeer geschieden, en hop, daar is dat klassenonderscheid terug.
  • Derde probleem. Volgens mij lijdt communisme tot luiheid. Iedereen gelijk behandeld, iedereen krijgt hetzelfde (ongeveer, denk ik, maar ik zit meer fout dan juist!). Naast die elite aan het hoofd, is er het derde probleem dus. Als iedereen op dezelfde manier behandeld wordt, wat zou iemand dan zijn talenten ten volle gebruiken, als men hem hetzelfde behandelt als iemand die minder talenten/krachten heeft? Stel, u kunt heel goed auto’s herstellen, en zodoende veel sneller dan mij. Ik werk tot mijn limiet, en wordt hetzelfde behandeld als u. Zult u dan sneller werken voor hetzelfde loon?

Het is allemaal ongelooflijk simpel uitgedrukt (mijn hersencapaciteiten rijken niet verder dan iets verder om de hoek), en ik kan zo verkeerd zitten als een pinguin op de noordpool. Verbeter me dus gerust.

Vruchtbare dag, zo zou je het vandaag wel kunnen noemen. Ik ben tevreden over mijn verwerkte leerstof -ik zit een beetje achter op mijn streefdoel, maar ik heb de slechte gewoonte streefdoelen ongewoon hoog te leggen-, én ik heb me dood gelachen. Of bijna dood, anders zou dit schrijven enerzijds luguber en anderzijds ongebruikelijk zijn.

Ik heb, net als het hele Vlaamse land (ik moet opletten met zo’n dingen, separatist is een gauw gebruikte uitval) de hele wereld, ongemeen hard moeten scháterlachen met deze ster-voor-één-dag hieronder (enfin, 56-sterren-voor-één-dag). Het lieve meisje heeft nu ook haar kwartiertje faam gehad (een minieme schatting, de  kranten vonden het leuk, en het gaat de wereld rond (let vooral op de fouten in het laatste artikel)).

Ik ga er mijn mening eens niet zeggen, aangezien het wel duidelijk is dat het hier om één of andere mediageile meid gaat, die last-minute veranderde van gedacht, toen haar vader en vriend binnenkwam. Oeps. Toch mijn mening gezegd.

Maar goed, dit terzijde, heb ik ook een schitterende blog gevonden. Tim F. Van der Mensbrugghe, één der 13 ontslagen werknemers van De Morgen, doet uitgebreid verhaal over zijn ervaringen als eindredacteur bij de krant, en de neerwaartse trend die daar blijkbaar gevolgd wordt. De blogger in kwestie lijkt behoorlijk rancuneus over zijn ontslag -begrijpelijk, me dunkt-, en dat uit zich in lezenswaardige posts.

http://www.nieuwsblad.be/Article/Detail.aspx?articleID=G062BFKCI

De politiek is een lachertje. Waarom?

Omdat tal van onkundige nitwits het een lachertje maken, ten koste van de serieuzere, competente politici. Mensen die me niet geloven, zijn altijd vrij om hier, hier, daar, daarzo en daar.

De uitleg bij dit handgreepje links, op 5 minuten verzameld -ver zoeken hoefde niet:

Link1: Kijk eens aan, iemand heeft een leuk feestje in Kortrijk (’Q’ op de foto)! Deze is nog de minst erge van de vijf links, me dunkt.

Link2: Iemand die zijn pluimen vergaarde op TV. Met te dansen. Op VTM. Aan wie het charisma van een lavabo nog niet kan toegekend worden. Zolang ze maar stemmen trekken, meneer!

Link3: Judo-trainer die niet gelukkig was met de politieke gang van zaken. Startte dus maar een partij op, sleurde één zijner judoka’s uit haar judogi, en nam haar mee op uitstap naar het Federaal Parlement. Bevordert de tewerkstelling door detectives van een job te voorzien, houdt van het volk -en dan vooral van hun stemmen.

Link4: Voormalig meestergast in een aluminiumbedrijf, heden ten dage smeert hij broodjes bij LDD OpenVLD LDD. Kan geen e-mails zonder schrijffouten versturen, is een meerwaarde op technisch vlak in de Kamer (”Als het gaat over kogellagers, begrijp ik dat meteen. De meeste andere kamerleden niet.“), en heeft een eigen domeinnaam op het web waar niets te lezen valt over zijn persoon.

Link5: Een haatpartij, noemt men dit. Terecht, want wie haat deze partij niet. Quotes als “Waar is de poen van uw pensioen? In de pocket van Mohammedzijn er niet van de lucht, one-brow voorman Dewinter vecht graag een robbertje met de arm der wet. Hobby’s zijn oa. afgeven op andere partijen, carnavalsliedjes maken over een teveel aan moskees en gebruik maken van de vrije meningsuiting.

Hoera voor politiek.

Goed, de blok. Omdat het niet in mijn mogelijkheid ligt u andere interessante dingen mee te delen, deel ik mijn lief en leed over het heikele blokpunt.

Ongelooflijk hoe frustrerend de kleinste dingen kunnen zijn in de blok. Kotgenoten die nogal luidruchtig genieten van hun -klaarblijkelijk toffe- pauzes, computers die tergend traag van facebook over youtube hierheen surfen, om daarna te crashen, op te starten zonder enig geluid, en dus dienen bediend te worden van allerlei drivers, waarna die rotcomputer nog steeds koppig weigert klank bij het beeld te voegen. En ondergetekende Bill Gates en zijn bedrijfje het slechtste toewenst.

Maar hey, er zijn ook toffe dingen in de blok! De verlangens, bijvoorbeeld. Nadenken over wat je allemaal kunt gaan doen ná het afleggen van je -al dan niet schitterende- examens. Het klinkt wat somber, om het voorgaande als een der hoogtepunten van de blok te noemen, maar dat is het niet. Examens zijn voor een student niet meer dan een periodieke onthouding, om daarna weer vol wellust te doen wat ze het liefst van al doen. Niet veel.

Voor u mijn uitslagen echter nu al zwart inziet, er wordt ook nog degelijk geblokt. Verbintenissenrecht. Overeenkomsten, schade en diens -loosstelling, aansprakelijkheden, enzoverder, enzovoorts. De gourmandise van het recht -dixit de professor. Of toch zoiets. Allemaal heel tof, maar niet simpel. Om dan nog maar te zwijgen over Economie, of Staats- en Administratiefrecht. Mijn hoofd is daar niet groot genoeg voor.

De blok dus. Feest. Als u me nu wil excuseren, ik ga verder feesten in mijn ledikant, samen met mijn cursus, en -o, ergernis-, mijn goeie vrienden, de muggen. Waardoor ik binnen 2 uur nog niet slaap, maar als een bezetene in mijn kot rondhos, het gezoem volgend.

Man, dit is lang geleden. 3 maand was het muisstil op deze blog -behalve dan wanneer Joke even kwam piepen-, en de oorzaak daarvan ligt in vanalles waar ik nu niet verder in wil gaan, omdat ik hier dan morgenochtend nog zou zitten.

De oorzaak van dít schrijven echter, is één van de meest heuglijke momenten van een student (als die student een goeie portie sarcasme met zich meedraagt, uiteraard). De blok.

Er is weer een tijd aangebroken van doorzitwonden, overmatig pepmiddelengebruik en eten-in-zakjes. Vreemd, hoe voorgaande dingen apart zo leuk zijn -doorzitwonden wijzen op te lang blijven zitten, één van mijn hobby’s, excessief pepmiddelengebruik pept je op, naar ‘t schijnt, en eten-in-zakjes is dé uitvinding voor keukenklunzen/luiaards als mezelf-, maar gecombineerd met elkaar en met een boek over god-weet-welk grenzeloos interessant onderwerp voor je neus heel wat minder aangenaam lijken.

Toch is de blok ook een periode om met rust gelaten te worden, en dat is fijn -maar denk nu niet dat ik op een doorsnee dag wél veel volk aan mijn deur staan heb. In al de verkregen rust en stilte kun je, uiteraard, stevig blokwerk verzetten, maar een mens heeft ook pauze nodig. En in die pauze doet een mens vanalles waar hij in het dagelijkse leven niet zou opkomen.

Zo bouwde ik onlangs een toren van (volle) Golden Power-blikjes (u weet wel, de Redbull uit den Aldi) van 1,5 (anderhalve!) meter hoog. Met succes. Tot één van de blikjes het nodig vond de orde te verstoren en naar beneden te tuimelen. Klets. Blikje spuit open, kamer plakt. Van in de ene hoek tot in de andere.

Ook lenen series zich buitengewoon fantastisch tot stof om je tijdens pauzes mee bezig te houden. Twin Peaks, The Wire en Rome, alle drie hebben ze een stukje van mijn hart gestolen (en nu blijft er maar weinig meer van over, haha..)

Verder breng ik iedere nachtelijke pauze door, wijl als een bezetene infantiele spelletjes te spelen op grootste-vijand-in-de-blok Facebook. Onbewust leg ik steevast romantische liedjes op in de trant van Tom Waits’ Waltzing Matilda of songs van de zeemzoetgebekte Bart Peeters -misschien moet ik de buitenwereld toch nog maar eens opzoeken.

Ook, en tot slot, om u verder niet te vervelen, heb ik de onhebbelijke hebbelijkheid om op ieder, eender welk tijdstip te tellen hoeveel pagina’s ik al geleerd heb, en hoeveel ik er nog te gaan heb.

De blok maakt je zot. En dwangneurotisch. En ook een beetje moe.

Hier zitten we dan nu. 2 ongelooflijk dronken zielen -het is verexcuseerbaar (u hebt geen idee hoeveel tijd ik over dat woord moeten typen heb)-, maar toch. De enige ligt op bed, mee te zingen met Smalfilm van Spinvis, de andere vindt de jklm-fdsq-toetsen niet meer te vinden. Dat zijn de toetsen van de houding waarin je je vingers houdt in een rusthouding, voor de zeldzame (waarschijnlijk de meest miniem bereikbare) niet-verstaanders.

Toch, ik ben er een beetje van aangedaan, hoe mooi het studentenleven wel is. In de 30 dagen studentenleven die het minst fijn is, vallen slechtst 4 examens (in mijn richting toch). Dat is een luxe, dat weten ik, u en de rest van de wereld. Dus is onze leefwereld de beste die je kan hebben. Enchanté. Nog maar eens

Ik sta in het midden van mijn kamer. Ik laat de harde tonen van Mogwai door mijn kop rushen, en kijk vlug even hoe het liedje heet. ‘We’re no here’, zegt mijn iPod. Vanaf morgen zijn we inderdaad heel even niet meer hier. Niet hier, maar zo’n 200(?) kilometer verder, in la douce France. Een uitdrukking waarvan ik overigens niet snap hoe een mens die ooit kan gebruiken. Geen killer volk dan de Fransen, geen vuilere stoepranden dan de Franse, geen grotere fakers dan fransozen (French Fries, ever heard of it?), geen hardere terrassen dan die in Frankrijk.

Dat laatste denk ik een beetje jammerend, voelend aan de pijnlijke bult boven mijn rechteroog. Het schijnt dat ik erop gevallen ben. Op een Frans terras. Maar vraag me alstublieft geen details.

Maar Frankrijk heeft ook positieve kanten. Zo zijn z’n wijnen, champagnes en kazen gerenommeerd om hun exquisiteit. Zo schijnt de taal een ongelooflijk afrodisiacum te zijn. Zo hebben ze een prachtige geschiedenis achter de rug, met even prachtige monumenten -neem Versailles.

Toch.. Wat heeft een niet-wijnliefhebber aan het rode of witte spul? Wat hebben mensen eraan snel dronken te raken van champagne, waarvoor men een dure prijs betaalt, wat heeft een cultuurbarbaar aan een prachtige geschiedenis? Kazen zijn niet the cup of tea van veel mensen, kennis van de Franse taal is niet veel mensen gegeven -al was het maar omdat ze die rollende R niet door hun keel krijgen.

Maar da’s weer zo’n extreme denkwijze waardoor de wereld nog naar de knoppen zou gaan. De aangehaalde argumenten kunnen tegen eender welk stadje, gebied of land gebruikt worden, en dát zou nogal een ramp worden.

Dus laat de hoekstenen van Versailles rustig mijn ogen strelen, laat me genieten van de geuren en kleuren ontsproten uit die prachtige tuin, en laat ons lustig de Montmartre om-het-eerst bestijgen.

Parijs, laat me nog eventjes midden in mijn kamer staan. Morgen ben ik van jou.

En daar zit ge weer, op uw kot, op de plaats waar ge al ettelijke keren gezeten hebt, maar waarvan ge een jaar geleden nog geen flauw benul had dat ge er nu zou zitten. Ge hebt er al in verschillende toestanden gezeten, soms strontzat, soms geconcentreerd dat uw ogen haast uit uw kop vielen.

Er wordt geklopt, ge doet open, er komt iemand binnen. Ge zit er samen voor een uurtje, babbelt over de koeien en hun kleine kalveren, de ander gaat weer buiten, en daar zit ge dan weer. Zonder kompanen, zonder stylo om uw blad te vullen, zonder gerief om uw potlood te scherpen.

Ge denkt aan de voorbije dag, aan de voorbije dagen, maar vooral aan de komende. Want er zullen er nog ferm wat komen. En daar zijt ge, in alle simpelheid, doodgelukkig om.

En uw potlood is opgeschreven, en uw blad is haast ten einde, dus gaat ge maar weer op uw bed liggen. En hoewel ge een schoon boek leest en uw muziek te luid staat voor uw oren, valt ge langzaam, maar onweerlegbaar zeker in slaap..

Youtube is een ongelooflijk tof medium, maar dat hoefde ik u wellicht niet meer duidelijk te maken.

Van Monty Python over “hoe maak ik mensen plakkerig”-handleidingen (weze gewaarschuwd!) tot menig home-made video’s, zowat alles is er te vinden.

Toch zijn er ook mindere kantjes aan jouwtube, zoals het legertje commenters die denken dat freedom of speech geen grenzen kent. Dat ondervond ik toen ik dit filmpje het wereldwijde web ingooide. Het filmpje diende als visueel aspect van een boekbespreking over Schindler’s List.

Bekijk gerust de comments, de mensen hebben ze opgeschreven om gelezen te worden. Hoe dom dat ook mag zijn.

Studio Brussel schept er duidelijk genoegen in zijn grootste doelgroep -de studenten- een verschrikkelijke loer te draaien.

Wanneer deze doelgroep achter zijn bureau in de boeken hoort te snuisteren, gooit de Vlaamse jongerenradio bij uitstek respectievelijk 6 dagen lang Music For Life de ether in, een goeie week later gevolgd door de Tijdloze 100.

Oké, Music For Life leent zich niet echt tot uitzending buiten de kerstperiode, en traditioneel wordt de eindejaarsperiode ook wel ‘top-ikweetniethoeveel-periode genoemd’, maar toch.

Inleiding tot Rechtswetenschap en pakweg ‘Highway To Hell’ gaan jammerlijk niet zo goed samen, maar toch probeert ondergetekende zoveel mogelijk van ’s werelds beste (’rock-)muziek mee te pikken.

De eindejaarsperiode gebruikt StuBru blijkbaar intensief om de beste schijven op een mens af te vuren. Afgelopen week werden véél minder foute R&B-producties gespeeld, en des te meer goéie muziek. Dat ligt heel waarschijnlijk aan het fenomeen ‘Music For Life’, waar de luisteraar kiest wat hij hoort. En dan bekom je goeie muziek. Hopelijk trekt StuBru hier conclusies uit.

Want laat ons eerlijk zijn, StuBru is geen R&B-zender. Dat komt boven bij deze Tijdloze 100. Het profiel van de doorsnee Studio Brussel-luisteraar kan zo gesteld worden: Liefhebber van goeie muziek, weemoedig naar de jaren ‘80 en eventueel ‘90, maar toch extatisch omtrent nieuwe producties van pakweg Kings Of Leon of MGMT. En terecht.

Toch zijn er enige lacunes te vinden in de Tijdloze. Zo is het bijvoorbeeld het eerste jaar dat ‘Bitter Sweet Symphony’ van The Verve de lijst binnenraakt, en ‘Kryptonite’ van Three Doors Down is ook een nieuwkomer. Schaamtelijk, maar begrijpelijk, gezien de 100 andere knallers in de lijst.

Maar kom, genoeg aan ontleding gedaan voor vandaag, nu enkel nog die cursus ontleden en genieten van goeie muziek.

Volgende Pagina »